In de vorige post waren we gebleven bij het ontbijt in het ‘Road Kill Cafe’. Hierna werd het hoog tijd verder te rijden naar de Grand Canyon.
Havasupai ligt al in een voorloper van de Grand Canyon, het was dus een korte rit. Dit gaf ons mooi de tijd om de gereserveerde camping op te zoeken en de tent neer te gooien. Van opzetten was namelijk geen sprake meer. Met de handigheid die we ondertussen (Thijs zeker) hadden duurde dit namelijk niet zo lang meer.
Tijd om een mooi plekje op te zoeken en foto’s te schieten. Hiervoor eerst een stukje gelopen (ja, op dezelfde dag als de klim van Havasupai) en waarrempel al binnen 15 minuten ons eerste gelukje. Struinend door de bossen zagen we twee eland-achtigen lopen. Die hadden we nog niet gezien deze vakantie, dus fototoestel in de aanslag en schieten maar. Na deze eenzijdige fotoshoot (echt meewerken deden ze ook niet) verder gelopen tot de bushalte. Aldaar de shuttlebus gepakt naar Yavapai point.
Ondertussen werden we geconfronteerd met een probleem. Hoewel het een bijzonder mooi uitzicht is bij Yavapai point deed het ons minder dan gehoopt. Waarschijnlijk had Havasupai zoveel indruk achter gelaten dat onze ogen even moesten rusten van al dat moois. Desalniettemin deden we ons best een bijzondere ervaring te creeeren. En… dat is gelukt. Thijs, zo ontdekkend als hij is wist een mooi punt te vinden om foto’s te maken. Dat punt, ‘net’ over de rand van de afgrond, was breed genoeg om met twee man naast elkaar te lopen. Twee Amerikaanse 10 tonners dan wel te verstaan. Het lag diep genoeg dus zag je Thijs niet. Tot hij omhoog klom en zijn hoofd duidelijk zichtbaar werd voor het ‘standaard’ publiek. ‘How does he get there?’, ‘He is a maniac!’, ‘That is dangerous as hell!’ Geven redelijk weer hoe de gemiddelde toeschouwer er over dacht. Ik, die ondertussen gewend was aan de klimpartijen van Thijs zag dit als dé mogelijkheid om een mooi plaatje te schieten. Een bijzondere ervaring dus, voor de overige touristen.
Ontbijt hadden we tot die tijd bijna elke dag op een bijzondere plek gedaan. Ook de dag na aakomst in de Grand Canyon was dit de planning. Yavapai point had getoond hier een goede plek voor te zijn. Onze beide tassen volgepakt met brood, kaas, chocolade pasta en OJ (Orange Juice). Op naar de ‘highly dangerous’ ontbijt plek. Daar ter plekke stond de ochtend wind precies goed, al het commentaar vanaf de richel was goed te verstaan. Wederom had geen enkele tourist een goed woord over voor onze ontbijt-actie. Op 1 groep Nieuw Zeelanders na, een gezinnetje. Pappalief en zoonlief zagen ons zitten en zoonlief werd dol enthousiast. Hij wilde ook naar beneden en van pappalief mocht het zowaar. Gelukkig bestaan er ook nog normale mensen.
Zoonlief stond dan ook in no-time beneden.
Na dit ontbijt hadden we ons energie niveau dusdanig aangevuld dat er wat gedaan moest worden. Tijd om te hiken dus! Waarheen? Gewoon, stukje naar beneden en dan weer omhoog. Appeltje-eitje! Helemaal na de training van de dag ervoor maar nu zonder bepakking. Een kleine factor hadden we alleen onderschat, de zon en bijbehorende warmte. Naar beneden hadden we niet zoveel problemen. Dit verliep soepeltjes met hier en daar alleen een losse steen en een ratelslang (Thijs stond in enkele milliseconden 2 meter hoger op). Gelukkig hoefde hij/zij niet dezelfde kant op als ons. Dat geratel gaat op een gegeven moment vervelen, weet je. Toen nog even langs Skeleton point gedonderd (waarom zou het hier zo heten??) en een paar kilometer verderop omgekeerd. Hier begon (wederom) het afzien, dit zelfs zonder bepakking. Thijs met zijn hike-ervaring had hier stukken minder moeite mee als ik. Elk plekje waar ook maar een beetje schaduw te vinden was werd gebruikt om af te koelen en het hartritme weer op peil te brengen. Door de warmte was dit ‘stukje’ niet zo makkelijk meer. Boven slaakte ik geen zucht van verlichting, alle zuurstof had ik hard nodig om bij te komen. Terug in de shuttlebus op naar het ranger station. We hadden wat vragen naar aanleiding van de tocht. Uiteindelijk bleek het tot Skeleton point een dag hike te zijn. Meer werd niet aangeraden om in 1 dag te lopen. Wij deden het dan ook niet in 1 dag, 4,5 uur was genoeg. Niet geheel onterecht verklaarde de ranger ons voor gek.
De volgende dag was het tijd om verder te gaan. De planning was richting Sedona. Een klein dorpje wat bekend stond om de vele kunst- en New Age winkeltjes. Niet dat, dat ons echt interesseerde maar er scheen ook een mooie natuur te zijn. Dit was even rijden en gunde ons dus de tijd om verder te plannen. San Diego stond ook op het verlanglijstje. Wat dacht de TomTom hiervan vroegen we ons af. Niet geheel onterecht bleek. Voor San Diego moesten we een dikke 10 uur rijden. ‘Sorry Sedona, maar San Diego gaat voor’ was dan ook de gedachte die bij ons beide op kwam. 500 km over 1 en dezelfde weg is geen uitzondering in Amerika dus ook wij troffen dat geluk. Cruise control op 80 en ‘immer gerade aus’ het advies. ‘s avond gegeten bij een bijzonder wegrestaurant. De setting deed niet onder voor een slechte jaren 70 TV-serie waar alleen B-Acteurs in spelen. ‘s nachts geslapen in een motel, weinig bijzonders, wel een goed bed!
Op tijd het nest uit, op naar San Diego! Hetzelfde advies gold nog steeds; cruise control op 80, ‘immer gerade aus’. Als snel kwamen we dichter bij het iets meer bevolkte San Diego. Nu nog het hostel vinden welke we uitgezocht hadden. Met de TomTom op het juiste adres was dit geen probleem. Echter, een fatsoenlijke parkeerplaats helpt de TomTom niet bij. Die uiteindelijk gevonden werd het tijd om de bedden in te richten. En kennis te maken met de kamergenoten (die ‘s’ in hostel was geen tik vout, in een hostel deel dus je een kamer met meer mensen).
Het eerste dringende probleem was overwonnen, tijd voor nummer 2. Wat gingen we nu eigenlijk in San Diego doen? Bijvoorkeur iets met actie, stilzitten zit nou eenmaal niet in ons bloed. Vreemd genoeg kozen we wel voor een activiteit waarbij we voornamelijk zaten. Maar niet stil; kajaken op de oceaan! Eerst naar het verhuurbedrijf daar terplekke een ‘arrangement’ gekozen van 4 uur vrij ‘rond dobberen’. Ook was het mogelijk met gids te gaan maar dan was je in 1,5 uur al klaar. Standaard kleding uit, zwemvesten aan, op richting de kajaks. Daar kreeg een kleine groep al uitleg over de werking van de uit de kluiten gegroeide dobbers. Schijnbaar zagen we er geoefend uit want wij mochten gelijk door naar de oceaan. Kajak in het water, peddels in de hand en gaan. Doel 1 van de kust weg, doel 2 Japan, want, dat lag precies aan de andere kant van dit plasje. Na een tijdje peddelen werden de huizen steeds kleiner. Op een afstandje bleek pas mooi hoe groot de stad was. Ook werd duidelijk dat Japan geen haalbare kaart was in de 4 uurjes dat we de kajaks mochten lenen. Tijd om de planning om te gooien. Langs de rotsen even verderop, terug naar het beginpunt. Schijnbaar was er bij de rotsen wat te zien want daar dobberden meer mensen in de felgekleurde plastic bakken. Eenmaal daar bleken het ‘gewoon rotsen’ te zijn. Wat wel opviel waren de felle oranje visjes op de bodem. Deze zwommen gracieus en zonder haast over de bodem. Verderop zaten er zeeleeuwen. Zij zaten zich te vergapen aan de mensenmenigte die hetzelfde bij hen deed. Dit leuke tafreeltje hebben we even aangekeken en zijn richting een stukje ruigere zee vertrokken. Eindelijk echte actie! Dit resulteerde dan ook in een nat pak. Op het breekpunt probeerde je met de golf mee te komen. Helaas ging dit vaker fout dan goed (bij mij althans). Het omdraaien van de kajak en jezelf er weer inhijsen koste veel moeite. Lang duurde het dan ook niet voordat we er genoeg van hadden. De energie was gewoon op. Tijd om af te meren en tot rust te komen.
Morgen stond de reis naar LA op de planning. Daar zouden we de Warner Bros studio’s bezoeken, Hollwood bekijken en ons laten rondleiden door een local. Dat en meer de volgende post!
